Hoe streng zijn onze taalregels?

In een discussie met een andere eindredacteur, laten we hem Hans noemen, stelde deze dat we ons in ons taalgebruik moeten aanpassen aan de grootste gemene deler. Het gaat er immers om dat lezers onze Nederlandse taal begrijpen en niet dat wij, eindredacteuren (taalpuristen, zo je wilt), de taalregels gebruiken enkel omdat het zo hoort. Dat ben ik niet met hem eens. Heel erg niet met hem eens. Tot hij ineens een goed voorbeeld heeft. En ik ben blij dat het bij dat ene goede voorbeeld blijft.

Omdat of doordat?

  1. Tal van voorbeelden laat Hans de revue passeren. Zo mogen we volgens hem óns van alles beseffen in plaats van dat we het beseffen, terwijl ik vind dat dat echt niet kan.
  2. Ook vindt hij dat mensen, doordat ze het gebruik van het woord ‘doordat’ niet meer begrijpen, voortaan net zo goed en dus beter ‘omdat’ kunnen hanteren.
  3. En omdat het gros van de mensen het verschil tussen ‘wanneer’ en ‘als’ ontgaat, mag wat hem betreft overal ‘als’ worden gebruikt.
  4. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is: 1, 2, 3 leest volgens Hans ruim prettiger dan een, twee, drie. Is althans uit onderzoek gebleken. Zegt hij. En daar ben ik het ook al mee oneens. Cijfers gebruik je in een opsomming (zoals hier), zo niet, dan schrijf je ze uit, volgens de regels. Bovendien vind ik het niet makkelijker lezen. En het staat ook nog eens heel lelijk.

Al Hans’ voorbeelden zouden betekenen dat de taal zich dus aan de mens heeft aan te passen, in plaats van andersom. Maar is het aan ons taal begrijpelijk te maken, en tot welk niveau daal je dan af? Of zou het misschien goed zijn om onze taal te schrijven zoals hij geschreven hoort te worden? Ik ga voor het laatste. Voor mij geen ‘me auto’ of ‘me taalboek’.

Welke of die?

Anderzijds ken ik zelf ook wel een voorbeeld: welke. Waarom gebruiken hele volksstammen nog steeds het intens ouderwetse ‘welke’ in plaats van ‘die’ als ze plegen een formele tekst te bezigen in de geschreven taal: ‘De kamer welke…’ Uit welke grot hebben ze dat voornaamwoord opgediept? Of, zoals Onzetaal.nl het omschrijft: Welke aan het begin van een bijvoeglijke bijzin is als het naar een de-woord (enkelvoud of meervoud) verwijst grammaticaal juist, maar maakt een stijve en stroeve indruk. Gebruik daarom bij voorkeur het betrekkelijk voornaamwoord die.

Ik ben dus om. Half om, want dan begint Hans over – zit u goed: hun hebben. Zo Amsterdams als wat en daar ook veel gebruikt, volgens hem. En blijkbaar met verstrekkende gevolgen voor de rest van ons land. ‘Hun hebben’ mag van hem dan ook gemeengoed worden. Ik kan niet eens beginnen te vertellen hoe erg in het hiermee oneens ben.

Een zin beginnen met een voegwoord

Hans haalt nog meer aan: zinnen mag je tegenwoordig rustig met ‘en’ beginnen en zeker ook met ‘maar’. Goed, kan ik mee leven. En niet te vergeten met ‘want’. Want, stelt Hans, dat ‘hun, Neerlandici’ dat toevallig anders hebben geleerd, daar heeft hij geen boodschap aan. En de Nederlandse lezer al helemaal niet. Dat gaat me een brug te ver.

En dus ik zal me in een enkel geval aanpassen aan de wet van de overmacht (in het geval van ‘welke’), maar dan mag ik zelf wél blijven proberen te schrijven volgens het boekje. En zo veel mogelijk anderen helpen hun teksten foutloos voor het voetlicht te brengen.

share post:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

zeventien + achttien =