Het verschil tussen kennen en kunnen (en kannen)

Weinig irritanter dan mensen die andere mensen verbeteren. Eigenlijk alleen mensen die ook nog eens Nederlands hebben gestudeerd en je corrigeren. Reden waarom ik graag wat misverstanden uit de wereld wil helpen over Corrigeren.nl en meteen de kans wil grijpen om uit de doeken te doen wat we hier wel voor ogen hebben.

Groter dan of als?

Als Neerlandica ben ik me er uitermate van bewust dat ik mensen vooral niet moet gaan lastigvallen met d’s en t’s, laat staan met dt’s. Of met groter als en dan. Commentaar daarop zul je uit mijn mond niet horen. Tenzij iemand het me vraagt natuurlijk. Zoals een vriendin met een vastgeroest ‘groter als’.

Ik wil dus niet de overcorrecte redacteur uithangen. Wel mijn liefde voor de Nederlandse taal delen. Fouten vallen me natuurlijk wel op – en dat is maar goed ook als eindredacteur. Daarbij ben ik misschien wat taalgevoeliger dan de gemiddelde medemens. Dus ook wanneer er dingen in de Nederlandse taal worden gezegd of geschreven die niet écht fout zijn, maar die wel veel mooier zouden kunnen, vallen die me wel op.

 Je wil of je wilt?

Nu weten jullie dus wat voor vlees je in de kuip hebt. Daarom direct maar een ergernisje. In reactie op mijn studiekeuze – Nederlandse Taal- en Letterkunde, afgekort tot het veel makkelijkere ‘Nederlands’ – krijg ik als reactie nogal eens de weinig originele grap: Maar dat kan je toch al? Een afgezaagd, maar niet fout antwoord. Hoewel mooier zou zijn: Maar dat kun je toch al? Onze Taal schrijft hierover:
‘Je kunt je inschrijven’ krijgt meestal de voorkeur, maar ‘Je kan je inschrijven’ is zeker niet fout. En zo geef ik zelf ook de voorkeur aan ‘je zult’ boven ‘je zal’, aan ‘je wilt’ boven ‘je wil’. Sterker nog, tot deze blog en tot ik dus de geïnstitutionaliseerde deskundigen erop ging naslaan, was ik ervan overtuigd dat ‘je wil’ fout was. Weer wat geleerd.

De Schrijfwijzer en de Taalbaak zien bovendien een betekenisverschil tussen ‘je kan’ en ‘je kunt’, ‘je zal’ en ‘je zult’ en ‘je wil’ en ‘je wilt’. Als voorbeelden geven de twee taalkanonnen:

(1a) Dat kan je niet maken. (men kan dat niet maken, gericht tot niemand in het bijzonder)

(1b) Dat kun je niet maken. (directer gericht tot een jij)

(2a) Je zal dit zelf moeten opknappen. (stel je toch eens voor dat je dat zelf zou moeten opknappen)

(2b) Je zult dit zelf moeten opknappen. (het is je eigen schuld, je moet het nu maar zelf opknappen)

Kennen en kunnen

In het verlengde van dit alles vind ik de zinsnede die Def P (Pascal Griffioen) van Osdorp Posse* rapt elke keer weer zo mooi: ‘… en het verschil tussen kennen, kannen, kunnen we niet!’ Hij doelt hiermee weliswaar op ‘de Amsterdamse taal’, maar steeds wanneer iemand iets ‘kan’ of ‘zal’, gaat deze zin door mijn hoofd.

* Osdorp Posse was een hiphopgroep uit Amsterdam Nieuw-West; de eerste die de term nederhop gebruikten en algemeen erkend als de voorvaders van Nederlandstalige hiphop.

share post:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

twee × 4 =