Eerste hulp bij verkeerd spatiegebruik

Het blijft een lastige taal, dat Nederlands van ons. Want oei, oei, oei, wat lijken ze ingewikkeld, die samenstellingen. Fietsend door de stad, zie ik ze overal, de ‘sloten makers’, ‘fietsen winkels’ en de dierenwinkels waar je voor twee euro ‘cavia voer’ kunt kopen. En nu heeft Utrecht dus zelfs een ‘dom kwartier’. Omdat het eigenlijk niet heel moeilijk is om samenstellingen wel goed te schrijven, hieronder een korte ‘eerste hulp bij verkeerd spatiegebruik’.

Samenstellingen: samengestelde zelfstandige naamwoorden
Om je niet te vermoeien, zal ik de uitleg beperken tot samengestelde zelfstandige naamwoorden. Dat is toch ook waar het over gaat in ‘Domkwartier’. Samenstellingen met bijvoeglijke naamwoorden (superleuk), werkwoorden (verdergaan), voorzetsels (vooraan/voor aan), een zin, een cijfer, een afkorting et cetera, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Anders wordt dit toch nog een lang verhaal.

Voetbal trainers
Samenstellingen van zelfstandige naamwoorden dus. De basisregel is dat in onze taal samenstellingen aan elkaar worden geschreven. Dat klinkt simpel. Samengestelde zelfstandige naamwoorden als tafelkleed en hondenhok zullen dan ook niet vaak fout worden geschreven. Waarom gaat het dan toch zo vaak mis?

Misschien onder invloed van het Engels, waarin alle zelfstandige naamwoorden los van elkaar worden geschreven? Kan. Maar het valt me op dat het vooral vaak misgaat bij de langere woorden. Ineens denken mensen dan: hm, staat toch wel raar ‘huiskamerrestaurant’. Of ‘buurtpreventiemedewerker’. Mocht een dergelijke gedachte in je opkomen: negeer ’m gewoon. En onthoud dat je in het Nederlands zo’n beetje alle zelfstandige naamwoorden aan elkaar kunt plakken:

Voet en bal worden voetbal,
voetbal en trainers worden voetbaltrainers,
voetbaltrainers en opleiding worden voetbaltrainersopleiding.

Enzovoort, enzovoort.

Waaraan herkennen we de samenstelling?
We herkennen een samenstelling dus aan het feit dat twee of meer woorden één geheel vormen, in het geval van zelfstandige naamwoorden: fietsbel, deurknop en telefoonhoesje – om even in de huis-, tuin- en keukenterminologie te blijven. Hierbij geeft het laatste deel aan om wat voor ding het gaat, dus de bel van de fiets (en niet van de school), de knop van de deur, enzovoort. Zo ook is de ‘voetbaltrainersopleiding’ de opleiding van trainers in het voetbal. En het Domkwartier het kwartier van/bij de Dom. Best eenvoudig dus eigenlijk.

Hottentottententententoonstelling
Door op deze manier woorden aan elkaar te plakken, kom je ook zonder problemen aan het langste woord. Zo schreef het tv-programma Lingo in 2007 een prijsvraag uit voor het langste woord in de Nederlandse taal. De winnaar met 60 (!) letters:

Kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden.

Niet zo’n heel mooi woord, nee. En zo bont zul je het in het dagelijks gebruik ook niet snel maken, maar dat je het weet: het kan.

share post:

Opmerkingen

  1. Heel goed uitgelegd en dus begrepen. Een duizenddankgroet!
    Trudie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

4 × 3 =